| De
Puertoricaanse Tego
Calderon leek op z’n best tijdens zijn recente reeks
optredens door Zuid-Californië, zo houd de rapper zijn reputatie
als rebelse top-Reggaeton rapper hoog. Dit deed hij door de pers
af te snauwen – zoals het hem niet kon schelen dat hij media
aandacht kreeg. Eveneens deed hij niet eens de moeite om de geruchten
tegen te gaan die de ronde doen. Dat zijn zangcarrière,
na drie jaar niets meer uitgebracht te hebben, in verval zou zijn.
Eerst
kwam Calderon na een optreden in een reggaeton show niet backstage
opdagen voor de verwachtte interviews met de Spaanse televisie.
Dan deed hij hetzelfde met de Engelstalige pers, door gewoon weg
te wandelen van een televisiecrew. Door deze laatste act haalde
hij het laatavondnieuws op Fox en UPN. Calderon besliste dat het
de moeite niet was om 15 minuten te wachten op, weer een confirmatie
met de media, dat hij de meest gerespecteerde artiest in het reggaeton
milieu was.
De
anticlimax ontstond toen een aangekondigde reporter de volgende
ochtend aankwam en de rapper de deur van zijn modeste vlieghaven
hotelsuite opende. Niet gemeen noch vulgair, excuseerde hij zich
voor zijn nog onopgemaakte bed.
“De reden waarom een deel van de mensen een (negatief) beeld
van me maakten kwam doordat men mijn eigenwijze stijl van zaken
en mijn manier van men bezit te verdedigen niet volledig begrijpt,
Ik ben wat ik ben en ik ben waarvoor ik sta,” zei hij in
het Spaans met een sterk Puertoricaans accent. “Ik zeg wat
ik maar wil, ik doe geen zaken op een normale manier. Maar als
je me respecteert, dan respecteer ik jou ook”.
En
hij heeft het respect afgedwongen van de Engelssprekende Hip-Hop
acteurs. Dit door te performen als gast in nummers van 50 Cent,
Wyclef Jean en in een remix van Fat Joe’s “Lean Back”.
Maar
de eigenwijze manier van zaken doen zal de zanger nog duur komen
te staan. Hij heeft miljoenencontracten afgewezen door niet te
tekenen met een grote label om zo zijn muziek onder eigen controle
te houden, bij zijn eigen label, Jiggiri Records, wereldwijd uitgebracht
door Atlantic. (Zijn volgende studio album zou normaal in de lente
uitkomen). En eerder dit jaar heeft hij geweigerd voor tv-spots
met P. Diddy’s kledingslijn, omdat er gemeld werd dat de
firma sweatshops gebruikte in Centraal Amerika.
Van
het begin was Calderon, 34, een eerder teruggetrokken bekendheid.
Zijn roots liggen in de Latino Hip-Hop trends van de jaren 80,
hij hoorde reggaeton niet eens graag toen deze opdook uit de Puertoricaanse
onderwereld in de jaren 1990.
“In het begin was er teveel caryaqueo in reggaeton”
zei hij, een Spaans dialect gebruikend voor car-jacking. “Ze
hebben gewoon liedjes gestolen van de Jamaicanen. En dit kon ik
niet respecteren omdat er geen creativiteit inzat.”
Hij had het niet graag, tot hij probeerde te dansen, werd hij
verslaafd aan reggaeton, dit gebeurde in een club die de naam
Hollywood draagt in Old San Juan.
“De
dans boeide me gewoon; het is zo sensueel,” zei hij, refererend
naar de provocatieve beweging die "el perreo" genoemd
word, “op z’n hondjes”. “ Ik heb de hele
nacht gedanst en dacht ‘Geen wonder dat dit zo populair
is. Ik moet aan reggaeton doen.’”
Zijn
eerste reggaeton liedje was “Cosa Buena” (Iets goeds),
uit 2001.
Calderon’s muziek kwam in vele compilaties voor, maar hij
bracht echter maar één studio album uit in zijn
15-jarige carrière, “El Abayarde” uitgebracht
in 2003. Eigenlijk een titel genomen van zijn bijnaam, een term
dat gebruikt werd in Puerto Rico om een stekende mier en ondeugende
kinderen te noemen. Het meest recente album dat hij uitbracht
was “El Enemy de los Guasibiri”, een compilatie van
oude nummers.
Geproduceerd
door Elias de Leon, werd “Abayarde” snel een standaard
feestplaat, net zoals “Pa’, Que Retozen”, “Guasa,
Guase” en “Dominicana”. Maar ze zijn eigenlijk
kritisch bewonderenswaardig voor het ongewone gebruik van authentieke
Afro-Borinqueniaanse rythmes en de uitdagende thema’s gaande
van drugs tot racisme, politieke corruptie en religie.
De album omvat wat Calderon acht het beste liedje ooit te zijn
geschreven, “Loiza”. Genaamd naar zijn geboortedorp,
een grotendeels Afro-Amerikaanse enclave buiten San Juan. Het
liedje bestaat uit typisch Puertoricaanse rythmes om het dorp
“beschamende verleden” te onderlijnen, waarin veel
racisme ten opzichte van de nakomelingen van zwarte slaven te
vinden is.
“Je
ruilde je kettingen voor handboeken”, schrijft Calderon.
Hij vertelde eerder dit jaar de Village Voice dat hij twee jaar
in de gevangenis had doorgebracht voor gewapende overvallen, echter
was dit, voor hij roem vond.
Het
liedje is bedoeld voor het berispen dat zwarten beschouwd worden
als “tweede klasse Latino’s”, zei Calderon.
Tegelijk is dit een zwaar besproken thema in Latijns-Amerika.
Zelf zijn mede Afro-Latino’s willen erover horen, zei de
liedjesschrijver.
“Het
is één van mijn meest diepgaande liedjes, maar niet
het publieks favoriete”, vertelde hij met een afkeurende
toon. “Jongeren zijn gewoon ongeïnteresseerd. Ik denk
niet eens dat ze begrijpen waarover ik het heb. Ze willen gewoon
dansen en gelukkig zijn. En dat is het probleem met zwarten in
onze buurten. We zijn immuun aan mishandelingen”.
Als
een genre, moet reggaeton zich blijven richten naar echte problemen
dat mensen ondervinden in hun families, hun buurten en werkomgevingen.
Zegt de artiest, zelf een bewonderaar van de overleden Afro-Puertoricaanse
salsa ster Ismael Rivera. Zoals salsa, dreigt het zijn echte publiek
te verliezen, naargelang het aan succes wint en zo de echte roots
kwijtgeraakt.
Calderon’s toekomst hangt enorm af van het succes dat zijn
volgende album zal hebben. Sommigen zeggen dat de tijd tussen
de twee albums hem veel heeft gekost.
Maar voor waarzeggingen over zijn val, kondigt Calderon zijn nieuwe
CD aan en waarschuwt dat hij niet onderschat zou moeten worden.
“Alle ogen zijn op mij gericht”, zegt hij. “Mensen
zijn aan het twijfelen. ‘Tego is uitgeblust. Tego is weg’.
Iedereen wilt ooit worden en zijn waar en wat ik ooit was. Dat
is zo: Step a side so I can take your place, zoals het liedje
zegt, Quitate tu pa ponerme yo …
“Maar
ik ga hen dat plezier niet geven”.
Door
Augustin Gurza, Los Angeles Times, (vrij vertaald door Jonathan
Moussi)
|