“Muevo
tu cuerpo” (beweeg je lichaam) rappen de drie leden van
Cubanito 20.02 op een snelle en vrolijke reggaebeat . De manier
van rappen lijkt eerder afkomstig van Jamaicaanse raggamuffin’
dan van Amerikaanse hiphop. Er gaat een golf van opwinding door
de Casa de la Musica, het belangrijkste podium van Havana.. Het
jonge modieus geklede publiek gaat volkomen uit hun dak in een
sensuele saus van beweging zoals alleen Cubanen die kunnen voortbrengen.
De
groep vervolgt met “Pideme” (vraag me). De beats komen
van de draaitafel en lijken gesampled van een simpele ritmebox.
Het is dezelfde manier waarop jonge reggaemusici van het naburige
Jamaica dancehall produceren, al kunnen ze daar van computers
gebruik maken. “U laca laca lah” zingen ze vervolgens.
“Matame” (dood me). Hier kun je ook salsa op dansen.
Cubanito 20.02 mixt rap en reggae graag met de eigen Cubaanse
muziek, met son, rumba en salsa. Ze houden evenveel van Orquestre
Aragon als van Eminem en Bob Marley.
Cubanito 20.02 vormt samen met de rappers van Máxima Alerta
de voorhoede van de reggaeton uit Cuba. Het Franse wereldmuzieklabel
Lusafrica ( de platenmaatschappij van Cesaria Evora) bracht tot
nu toe vier CD’s uit in dit nieuwe genre: “Soy Cubanito”
(2004) en Tocame(2005) van Cubanito 20.02, “Llegaron los
alertas” van Máxima Alerta (2005) en “Papi
no te quiero” (2005) van Las Primeras uit de Havana, de
eerste vrouwenreggaetongroep uit Cuba.
In relatief korte tijd brak Cubanito door op Cuba. De rappers
White en El Doctor waren eerst lid van Primera Base, een rapcrew
die in 1995 succesvol was tijdens het Havana Rap Festival in Alamar,
een voorstad van Havana. Op dit festival, gesponsord door de Cubaanse
overheid, traden naast Cubaanse rappers ook hiphopcrews op uit
de VS, Canada, Europa en Venezuela. Amerikaanse rappers die er
speelden vergeleken de sfeer met de begintijd van de hiphop in
New York. Rappers die het regime onwelgevallige teksten produceerden,
liepen het risico opgepakt te worden door de politie.
White en El Doctor oefenden dagelijks hun raps in de bussen van
de Cubaanse hoofdstad. Daar kwamen ze Flipper tegen, een club
DJ die rapte over een soundsystem. Samen richtten ze in 2002 Cubanito
20.02 op. In 2003 wonnen ze een prijs op Cubadisco (Cuba’s
muziekbeurs). En nu worden ze de guerilleros de Ragga Cubano genoemd.
Op het podium dragen ze met trots de Cubaanse guyabera, het traditionele
Cubaanse overhemd. “Me gusta el reggae” (ik hou van
reggae) rappen ze over een heftige raggabeat. Deze Cubaanse reggaeton
is opzwepend en vrolijk. Feestmuziek zonder politieke of sociale
statements. Want dat kan riskant zijn in het Cuba van Castro.
MAXIMA
ALERTA
Een
dag na het optreden van Cubanito vertrek ik naar het 300 kilometer
oostelijk gelegen Santa Clara, de stad van Che Guevara. De Cubaanse
legende is er in 1996 herbegraven. Het kolossale standbeeld van
Che torent hoog uit boven de stad.
Tijdens de Cubaanse revolutie veroverde hij de stad op de troepen
van Batista. Het was de beslissende slag van de revolutie.
Het is carnaval in Santa Clara. Dat begint in Cuba begint op 26
juni, de verjaardag van de Cubaanse revolutie. Overdag ben ik
getuige van de carnavalsparade, de comparsa. In de wijk Sandino
treden salsagroepen op en maak ik een optreden mee van een rapcrew
uit de stad: Máxima Alerta . Tussen hen in danst een zwart
Cubaans meisje dat zij uit het publiek hebben geplukt. De muziek
komt niet van een draaitafel maar van een cassetterecorder, zelfs
de typische Cubaanse instrumenten als bongo’s en conga’s.
Ze breakdancen alsof hun lichamen van elastiek zijn.
“Echar pa’lante” (naar voren) rappen zij. De
vuisten van de vervaarlijk ogende rappers worden strijdbaar omhoog
geheven. ‘Hasta siempre” klinkt er vervolgens, een
mix van hiphop met son, met de oude revolutionaire ballade van
Carlos Puebla over Che Guevara. In de stad van Che krijgt deze
rap een extra lading. “Het beste wat ik kan doen/ is loyaal
te zijn aan jou/loyaal te zijn aan mijn Cuba/aan jou, Che commandante”
luiden de beginregels van “Hasta siempre”.
CUBAANSE
HIPHOP
Na
het optreden praat ik met Ray Machado, leider van de groep. “Wij
mixen Amerikaanse hiphop met son, salsa, merengue, cumbia en reggae.”
In vergelijking met Cubanito 20.02 wordt Máxima Alerta
minder beïnvloed door de muziek van Jamaica. De Cubaanse
invloed is veel sterker. Ze brengen aan ode aan Elio Revé,
de inmiddels overleden zanger van changui, net als de son oorspronkelijk
afkomstig uit het oosten van Cuba.
Machado geeft me een cassette van zijn groep mee die ik de volgende
dag draai op de walkman in de bus die me naar Santiago de Cuba
brengt, in het oosten van Cuba. “Atacachumba” hoor
ik, een snelle Cubaanse ragga met hier en daar salsa invloeden.
De raps zijn snel, onnavolgbaar. En hoewel ik een aardig woordje
Spaans spreek, kan ik er niks van verstaan.“Machete”
is de volgende rap. Een kruisbestuiving van Cubaanse rumba met
hiphop waarin de salsatrompetten naadloos overgaan in een Spaanse
rap. Dit klinkt veel warmer dan Amerikaanse hiphop, is minder
gepolijst. De productie is simpel. Cubaanse rappers hebben immers
geen geld om dure apparatuur te betalen. Veel groepen hebben niet
eens een draaitafel.
Een oude boer langs de kant van de weg kapt met een machete het
suikerriet op het ritme van de rumbarap. Het overhemd dat hij
draagt, de guyabera, doet me denken aan het optreden van Cubanito
20.02 in Havana. Ik leg de cassette van “Soy Cubanito”
in de walkman. De titel van hun eerste Cd maar ook het nummer
waarin ze hun trots laten horen om Cubaans te zijn.
CD’s
“Soy
Cubanito”-Cubanito 20.02-2004-Lusafrica
“Tocame”-Cubanito 20.02-2005-Lusafrica
“Llegaron los alertas”- Maximá Alerta-2005-Lusafrica
“Papi no te quiero”-Las Primeras-2006-Lusafrica
Op
de site van Coast to Coast vind je meer info over de betreffende
Cd's: www.coasttocoast.nl
Tekst:
Rik van Boeckel
Oranjegracht 54
2312 SJ Leiden
0715133911/0650276804