| Calderon
maakt zich klaar om Reggaeton naar het volgende stadion te brengen.
Puerto Rico’s Tego Calderon bleek op z’n best, tijdens
een toer in December door Zuid-Californië. Hij leefde zijn
reputatie na van rebelse reggaeton rapper bijvoorbeeld door de
pers af te snauwen– zoals het hem niet kon schelen om deel
te nemen aan publiciteitsstunts noch door te antwoorden aan de
speculaties die ontstonden rond hem. Dat zijn driejarig “dansje”
sinds zijn laatste album uitgebracht werd, het einde van zijn
carrière betekende.
Eerst
was het volgens Calderon niet nodig een spaanstalige tv-reporter
te spreken backstage tijdens een groot reggaeton concert, daarna
kreeg de engelstalige pers evenveel tijd (geen dus) en verzuimde
hij de kans om Live op FOX en UPN te verschijnen tijdens het late
nieuws. De uitleg van Calderon was simpel, hij vond niet dat het
nodig was om met deze mensen te praten.
De
anticlimax ontstond toen een aangekondigde reporter de volgende
ochtend aankwam en de rapper de deur van zijn modeste vlieghaven
hotelsuite opende. Niet gemeen noch vulgair, excuseerde hij zich
voor zijn nog onopgemaakte bed.
“De reden waarom een deel van de mensen een (negatief) beeld
van me maakten kwam doordat men mijn eigenwijze stijl van zaken
en mijn manier van men bezit te verdedigen niet volledig begrijpt,
Ik ben wat ik ben en ik ben waarvoor ik sta,” zei hij in
het spaans met een sterk Puerto Ricaans accent. “Ik zeg
wat ik maar wil, ik doe geen zaken op een normale manier. Maar
als je me respecteert, dan respecteer ik jou ook”.
En hij heeft het respect afgedwongen van de engelssprekende hip-hop
acteurs. Dit door te performen als gast in nummers van 50 Cent,
Wyclef Jean en in een remix van Fat Joe’s “Lean Back”.
Maar de eigenwijze manier van zaken doen zal de zanger nog duur
komen te staan. Hij heeft miljoenencontracten afgewezen door niet
te tekenen met een grote label om zo zijn muziek onder eigen controle
te houden, bij zijn eigen label, Jiggiri Records, wereldwijd uitgebracht
door Atlantic. (Zijn volgende studio album zou normaal in de lente
uitkomen). En eerder dit jaar heeft hij geweigerd voor tvspots
met P. Diddy’s kledingslijn, omdat er gemeld werd dat de
firma sweatshops gebruikte in Centraal Amerika.
Van het begin was Calderon, 34, een eerder teruggetrokken bekendheid.
Zijn roots liggen in de Latino hip-hop trends van de jaren 80,
hij hoorde reggaeton niet eens graag toen deze opdook uit de Puerto
Ricaanse onderwerld in de jaren 1990.
“In het begin was er teveel caryaqueo in reggaeton”
zei hij, een spaans dialect gebruikend voor carjacking. “Ze
hebben gewoon gewoon liedjes gestolen van de Jamaicanen. En dit
kon ik niet respecteren omdat er geen creativiteit inzat.”
Hij had het niet graag, tot hij probeerde te dansen, werd hij
verslaafd verslaafd aan reggaeton, dit gebeurde in een club die
de naam Hollywood draagt in Old San Juan.
“De dans boeide me gewoon; het is zo sensueel,” zei
hij, refererend naar de provocatieve beweging die "el perreo"
genoemd word, “op z’n hondjes”. “ Ik heb
de hele nacht gedanst en dacht ‘Geen wonder dat dit zo populair
is. Ik moet aan reggaeton doen.’”
Zijn eerste reggaeton liedje was “Cosa Buena” (Iets
goeds), uit 2001.
Calderon’s muziek kwam in vele compilaties voor, maar hij
bracht echter maar één studio album uit in zijn
15-jarige carrière, “El Abayarde” uitgebracht
in 2003. Eigenlijk een titel genomen van zijn bijnaam, een term
dat gebruikt werd in Puerto Rico om een stekende mier en ondeugende
kinderen te noemen. Het meest recente album dat hij uitbracht
was “El Enemy de los Guasibiri”, een compilatie van
oude nummers.
Reggaeton moet als genre, steeds de echte problemen aankaarten
die mensen bijvoorbeeld meemaken in hun families, hun buurten
en werkplaatsen, zegt de artiest. Hij weet dat hij daar een grote
rol in zou kunnen spelen, al zouden sommigen dat niet willen.
“Iedereen wil zijn waar ik ooit was. Zo zit het dan: sta
je plaats af zodat ik ze kan innemen ...”
“Maar dat plezier wil ik ze niet gunnen”.
|